neuro-chirurgie
neuro-chirurgie
neuro-chirurgie
neuro-chirurgie
neuro-chirurgie
Logo neuro-chirurgie.org neuro-chirurgie.org

 

 

 

 

    

Inhoud - Hersenen en schedel - Wervelkolom - Zenuwen

Wervelkolom

Tumoren van wervelkolom en ruggenmerg

1. Inleiding.

Het betreft hier tumoren (gezwellen) die kunnen uitgaan van de ruggenwervels, het ruggenmergsvlies, de zenuwwortels of van het ruggenmerg zelf.

De volgende vier categorieën kunnen worden onderscheiden:

anatomie van wervel en ruggenmerg
Figuur hierboven: anatomie van wervel en ruggenmerg. De durale zak (eigenlijk koker) is opengeknipt zodat de achterkant van het ruggenmerg is te zien met de uittredende wortels en de zijdelingse bindweefselbandjes die het ruggenmerg aan de zijkant vasthouden. Op elk niveau treden links en rechts een voor- en een achterwortel uit het ruggenmerg, die zich een eindje verderop verenigen tot de gehele wortel. De voorwortel treedt schuin voor uit en bevat motorische zenuwvezels, de achterwortel treedt schuin achter uit en bevat gevoelsvezels. Op de tekening is de linker achterwortel doorgesneden om de voorwortel duidelijker te laten zien. De ruimte tussen ruggenmerg en durale zak is normaal gevuld met liquor. Midden op de doorsnede van het ruggenmerg is de doorsnede van het centrale kanaal te zien, dat te vergelijken is met de kamers in de grote hersenen. Links zijn sterke vergrotingen van gebieden in het ruggenmerg.

Maar is een vergroting van het middengebied, dat vooral zenuwcellen bevat naast gliacellen; hier ziet men een gliacel, in dit geval een stercel (astrocyt) met zijn uitlopers een capillair bloedvat omarmen. R is een vergroting van een randgebied dat vooral de zenuwvezels van de lange zenuwbanen bevat, naast een enkele gliacel, in dit geval een oligodendrocyt. C is een vergroting van de wand van het centrale kanaal dat bekleed wordt door ependymcellen die gekenmerkt worden door het bezit van vermicelliachtige zweepdraden.

Schematische voorstelling van ruggenmergtumoren
Figuur hierboven: Schematische voorstelling van ruggenmergtumoren. Voor het overzicht is er maar een wervel getekend met in het wervelkanaal de dura met ruggenmerg en tumor. Om tumoren binnen de dura te laten zien is de dura overlangs geopend. Links: extradurale (d.w.z. buiten de dura gelegen) manchet van tumor, die bijna altijd een uitbreiding is van een wervelmetastase, dat is een uitzaaiing in de wervel van een elders gelegen tumor (zoals van prostaat, borst, maag of long). Midden: intradurale maar extramedullaire tumor, d.w.z. binnen de dura maar buiten het ruggenmerg gelegen tumor, meestal een meningeoom of een neurinoom (ook extrinsieke ruggenmergstumor genoemd). Rechts: (intradurale) intramedullaire tumor, een tumor die binnen het ruggenmerg (dus uiteraard binnen de dura) is gelegen (ook intrinsieke ruggenmergstumor genoemd). Hierdoor is het ruggenmerg gezwollen; de tumor is gewoonlijk een van de glioomtypen (astrocytoom of ependymoom).

2. De tumoren van de wervelkolom en het ruggenmerg.

Zoals al gezegd zijn er verschillende soorten ruggenmergtumoren. Om wat voor een soort tumor het in elk specifieke geval gaat kan alleen worden bepaald door tumorweefsel te verwijderen en onder de microscoop te onderzoeken. Dat is alleen mogelijk als er door middel van een operatie tumorweefsel is verwijderd. In veel gevallen kan echter met b.v. MRI al wel een vermoeden bestaan van het soort tumor waar het om gaat. Wanneer een uitzaaiing in het spel is is mogelijk al de z.g. primaire tumor bekend. De belangrijkste tumoren zijn:

3. Tumoren van de wervel zelf.

Uitzaaiingen (metastasen). Wanneer sprake is van een tumor in een ruggenwervel, gaat het heel vaak om een uitzaaiing van kwaadaardige cellen vanuit een tumor ergens anders in het lichaam. Meestal bevindt zich de "primaire tumor" (dat wil zeggen de kwaadaardige tumor van waaruit de uitzaaiingen zijn ontstaan) in de long (longkanker) of de borst (borstkanker). Andere kwaadaardige tumoren die een voorkeur hebben om uit te zaaien naar de wervelkolom zijn prostaatkanker en bepaalde vormen van bloedkanker (de ziekte van Kahler en de ziekte van Hodgkin). Al deze tumoren kunnen doordat ze het bot van de wervelkolom aantasten verzwakking van de wervel veroorzaken, waardoor inzakking van het wervellichaam optreedt, en daardoor beklemming van zenuwwortels en/of ruggenmerg kan ontstaan.

Bottumoren. Deze tumoren zijn heel zeldzaam, en zijn meestal goedaardig. Vaak veroorzaken ze alleen pijnklachten, maar op den duur kunnen ze eveneens verdringing van zenuwweefsel (zenuwwortels of ruggenmerg) veroorzaken, en daardoor gepaard gaan met neurologische verschijnselen.

De MRI afbeelding toont een overlangse doorsnede door de borstwervelkolom

Links: De MRI afbeelding toont een overlangse doorsnede door de borstwervelkolom. De pijl wijst naar een aangetaste wervel. Achter de wervels loopt het ruggenmerg (de grijze band), met daaromheen het hersenvocht (liquor, wit). Op het niveau van de aangetaste wervel is te zien hoe druk op het ruggenmerg wordt uitgeoefend doorat de wervel wat is ingezakt.

schema van het ontstaan van een metastase


Rechts: schema van het ontstaan van een metastase.


4.Extrinsieke ruggenmergtumoren.

De film hiernaast laat de verwijdering van een meningeoom van het ruggenmerg zien.

MRI doorsnede in drie richtingen van een zeer groot neurinoom MRI doorsnede in drie richtingen van een zeer groot neurinoom MRI doorsnede in drie richtingen van een zeer groot neurinoom
Figuur boven: MRI doorsnede in drie richtingen van een zeer groot neurinoom dat groeit vanuit de linker zenuwwortel die uittreedt tussen de eerste en tweede nekwervel.. De tumor groeit aan de voorzijde langs het ruggenmerg en verdringt het ruggenmerg (rm) naar links en naar achteren.

5. Intrinsieke ruggenmergtumoren.

MRI doorsnede MRI doorsnede

6. Verschijnselen.

De klachten en verschijnselen die kunnen optreden hangen af van de plaats waar zich de tumor bevindt. Ze kunnen worden veroorzaakt door directe of indirecte druk van de tumor op de zenuwbanen van het ruggenmerg, of door druk op de bloedvaten van het ruggenmerg, waardoor bloedstuwing (zwelling van het ruggenmerg) of afsluiting van bloedvaten (ruggenmergsinfarct) kunnen optreden. Druk op de zenuwbanen veroorzaakt op den duur beschadiging van de zenuwvezels. De patiënt kan dit merken doordat er problemen ontstaan met de kracht, de coördinatie van de bewegingen van armen en/of benen, of doordat er gevoelsstoornissen optreden (bijvoorbeeld een dof, slapend gevoel in een arm of been, of tintelingen). Ook kunnen er problemen ontstaan met de controle over de blaas en de kringspier van de anus (incontinentie voor urine en/of ontlasting) en potentiestoornissen. Omdat het vaak gaat om langzaam groeiende tumoren (soms jaren), kunnen de verschijnselen zeer langzaam en geleidelijk ontstaan, waardoor de patiënt en familie de veranderingen in eerste instantie niet eens merkt. Vaak is het echter zo dat de patiënt (soms jaren voordat de uiteindelijke diagnose wordt gesteld) klaagt over pijn in een arm of een been of op een ander deel van het lichaam (rug, romp). Typisch daarbij is de "nachtelijke pijn", die optreedt in liggende houding (tijdens de slaap), en die weer verdwijnt bij het overeind komen.

Omdat ruggenmergtumoren op elke plaats in het ruggenmerg kunnen voorkomen kunnen de verschijnselen erg verschillen. Er is geen typerende combinatie van klachten en verschijnselen te onderscheiden, zodat de diagnose "ruggenmergtumor" soms niet eenvoudig is te stellen. Beknelling van het ruggenmerg hoog in de halswervelkolom kan bijvoorbeeld leiden tot verlamming van de armen en benen, terwijl een tumor die zich lager in het wervelkanaal bevindt (bijvoorbeeld laag in de borstwervelkolom) wel tot verlamming van de benen kan leiden, maar niet van de armen. Wanneer niets aan de tumor wordt gedaan, zal dit in de meeste gevallen op den duur tot een totale verlamming leiden van de spieren die zich onder het ruggenmergsegment van de tumor bevinden, en tot totale gevoelloosheid van dezelfde lichaamsdelen (dit noemt men een dwarslaesie). Wervel tumoren (zowel de kwaadaardige uitzaaiingen als de goedaardige werveltumoren) gaan vaak gepaard met (heftige) (rug)pijn, vaak ter plaatse van de wervel waarin het tumorweefsel groeit. Meestal is rugpijn, wat erg veel voorkomt, echter niet het gevolg van een tumor.

7. Het stellen van de diagnose.

Heden ten dage is het onderzoek van eerste keus wanneer men een patiënt verdenkt van het hebben van een tumor van het ruggenmerg de MRI (in de volksmond "magneetscan"). Soms is in een eerder stadium van de klachten al een gewone Röntgenfoto van de wervelkolom gemaakt, of een CT-scan van de wervels. Deze onderzoeken geven meestal geen uitsluitsel. Contrastonderzoek via een ruggenprik werd in het verleden veel gedaan, eventueel aangevuld met een CT-scan (na contrast). Tegenwoordig is het doen van een ruggenprik meestal niet meer nodig, omdat in de meeste ziekenhuizen inmiddels een MRI-scanner aanwezig is.

Aan de hand van de MRI-scan kan vaak al worden vastgesteld of men te maken heeft met een werveltumor, een intrinsieke tumor (d.w.z. een tumor die in het ruggenmerg zelf groeit) of een extrinsieke tumor (die buiten het ruggenmerg is ontstaan, maar die wel tot verdringing/beknelling van het ruggenmerg heeft geleid). De precieze aard van de tumor kan pas worden vastgesteld als er tumorweefsel is verwijderd. Dat wordt dan door de patholoog onder de microscoop onderzocht, waarna in de meeste gevallen de werkelijke diagnose kan worden gesteld. Om zover te komen moet altijd eerst worden geopereerd.

8. Operatie.

Wanneer bij een patiënt sprake is van een tumor van de wervel, terwijl er geen aanwijzingen zijn voor een kwaadaardige tumor elders in het lichaam, zal in de meeste gevallen ook een ingreep nodig zijn om tot een diagnose te komen. Dan kan bijvoorbeeld worden gekozen voor het verrichten van een punctie, meestal onder geleide van een CT-scan. Door middel van deze techniek kan de radioloog bij een patiënt onder plaatselijke verdoving een biopsie-naald precies op de plaats van de werveltumor inbrengen, om vervolgens een stukje tumor op te zuigen. Aan de hand daarvan kan dan de weefseldiagnose worden gesteld.

In andere gevallen zal een grotere operatie (onder narcose) nodig zijn als de tumor op zichzelf aanleiding gegeven heeft tot beknelling van zenuwweefsel. Dan moet er tumorweefsel worden verwijderd om aldus de zenuwstructuren weer voldoende ruimte te geven. Soms is het daarbij nodig dat hele reconstructies van een deel van de wervelkolom moeten worden verricht. Wervels kunnen in bepaalde gevallen "radicaal"(dat wil zeggen in het geheel, met meenemen van alle tumorcellen) worden verwijderd. Het defect dat hierdoor in de wervelkolom ontstaat moet dan worden vervangen door ander materiaal (bijvoorbeeld donor-bot, botcement, een stuk bot elders uit het lichaam van dezelfde patiënt, een metalen wervelprothese, etc.). Dit zijn grote operaties, die slechts in speciale gevallen worden uitgevoerd, en waar vaak verschillende specialismen gelijktijdig (neurochirurg, thoraxchirurg, algemeen chirurg) bij betrokken zijn. De meeste werveltumoren betreffen echter uitzaaiingen van een bij patiënt en dokter reeds bekende kwaadaardige tumor. De behandeling van dergelijke tumoren bestaat meestal alleen uit bestraling, en dat gebeurt door een radiotherapeut.

9. Complicaties.

Na operatie waarbij het ruggenmergvlies geopend is kan lekkage van het ruggenmergvocht voorkomen. Soms ontwikkelt zich in het onderhuidse weefsel een cyste (vochtblaas) met dit vocht, waardoor het soms noodzakelijk is om deze cyste te verwijderen, en het lek in het ruggenmergvlies dicht te maken. Algemene complicaties zoals infectie en een nabloeding (waardoor beknelling van het ruggenmerg kan optreden) komen een enkele keer voor. Het is best mogelijk dat U na de ingreep meer neurologische uitval vertoont dan voordien. Meestal is die reversiebel, maar soms ook niet.

10. Na de operatie.

Na operatie waarbij het ruggenmergvlies geopend is geweest zullen de meeste patiënten enkele dagen bedrust moeten houden, om te voorkomen dat er lekkage van het ruggenmergvocht optreedt tussen de hechtingen van het ruggenmergsvlies door. Soms wordt tijdelijk gebruik gemaakt van een drain, die aan het einde van de operatie onder in de rug in de durale zak is aangelegd. Deze drain zorgt ervoor dat er een continue afvloed van ruggenmergvocht plaatsvindt. Daardoor wordt kunstmatig de druk in de durale zak laag gehouden, zodat er geen spanning op de inwendige hechtingen staat. Dit bevordert de verkleving van het vlies, en verlaagt de kans op de ontwikkeling van een vochtlekkage en vochtcyste. Na enkele dagen zal de drain worden verwijderd, en meestal kan dan de volgende dag worden begonnen met oefenen. Dat gebeurt onder begeleiding van de fysiotherapeut, en eventueel met behulp van ergotherapeut en revalidatiearts. Het is sterk afhankelijk van het soort tumor dat bij de operatie is aangetroffen, de plaats waar zich de tumor bevond (binnen of buiten het ruggenmerg, in de ruggenwervel), de uitvalsverschijnselen die er reeds voor operatie bestonden, en hoe de operatie technisch gezien is verlopen, of de patiënt na de ingreep herstelt. Afhankelijk van de weefseldiagnose (zie hierboven) is in bepaalde gevallen nabehandeling in de vorm van bestraling nodig (kwaadaardige astrocytomen en ependymomen). Desondanks kan er na verloop van tijd opnieuw tumorgroei optreden, waarvoor eventueel heroperatie noodzakelijk is.

Inhoud - Hersenen en schedel - Wervelkolom - Zenuwen